Droogte en hitte

16 juli 2018 In de zomer is water soms schaars, door droogte en hitte. Waterschap Rivierenland staat klaar om schade te beperken. U kunt zelf ook helpen, door minder stenen en meer groen in uw tuin.
Dankzij de grote rivieren is er nog lang voldoende water in de sloten in het rivierengebied. (klik voor meer foto's)
Op de grote rivieren is de waterstand zeven meter lager dan bij het hoogwater van januari.
Op veel plaatsen laat het waterschap water van de grote rivieren in het gebied, zoals bij de beroemde molens van Kinderdijk in de Alblasserwaard.
De rivierdijken zijn in juni nog gemaaid. Voordeel is dat kort gras weinig verdampt.
Bij Arnhem staat de Nederrijn zo laag dat schepen bij Meijnerswijk droog vallen.

Als het te droog is, kan dat risico’s opleveren. Agrarische gewassen en de natuur verdorren. De waterkwaliteit neemt af. Ook kunnen sommige kades in de Alblasserwaard scheuren vertonen. Daarom neemt het waterschap maatregelen. Het rivierengebied heeft het voordeel dat de grote rivieren meestal voldoende water leveren.

Droogte wordt uitgedrukt in het ‘neerslagtekort’: er verdampt meer vocht dan er valt aan neerslag. Elke zomer loopt dit neerslagtekort op. Doorgaans is het tekort in september ongeveer 100 millimeter. Dat is met één hoosbui of zelfs een week regen niet verholpen. En de natuur kan dat goed hebben. In extreem droge zomers nadert het tekort 300 millimeter.

Waterstand op de rivieren

De waterstand op de grote rivieren kan flink verschillen. Vooral op de Waal, waar geen stuwen zijn. Bij Lobith kan het peil wisselen van ruim +15 meter (boven NAP, hoogwater) tot minder dan +8 meter (laagwater). Bij nog lagere waterstanden is het soms lastiger om water uit de grote rivieren in het gebied te pompen.

Bij een dalende waterafvoer op de Rijn en Maas bij Lobith bewaakt Rijkswaterstaat dat er voldoende water het land in komt. Dalen de waterstanden onder een bepaald niveau, dan neemt Rijkswaterstaat maatregelen via stuwen op de grote rivieren en sluizen aan de kust.

Water in het gebied

Via gemalen kan Waterschap Rivierenland bij droogte meer water uit de grote rivieren in het gebied pompen. Dat doen we vooral in het oosten, want het hoogste land is het eerste droog. Het water stroomt van oost (hoog) naar west (laag). Extra water inlaten doen we bijvoorbeeld uit het Pannerdens Kanaal bij Doornenburg, het Amsterdam-Rijnkanaal bij Zoelen, het Maas-Waal Kanaal bij Nijmegen en de Afgedamde Maas bij Wijk en Aalburg. Maar ook bij de gemalen in Kinderdijk.

Tegelijk houdt het waterschap water vast in het gebied. Dat gebeurt door het peil met stuwen hoog te houden en door spaarzaam te zijn bij de uitwaterende sluizen en gemalen. Die liggen vooral in het westen, bijvoorbeeld bij Gorinchem, Sleeuwijk of Kinderdijk.

Een vergaande maatregel is een onttrekkings- of beregeningsverbod uit sloten of weteringen. Dankzij de grote rivieren komt het in het rivierengebied zelden zover. In andere waterschappen gebeurt dat eerder, vooral in het hooggelegen oosten en zuiden van ons land.

Droge kades

Bij aanhoudende droogte kunnen ook kades uitdrogen, bijvoorbeeld boezems en weteringen in de polders van de Alblasserwaard. Vooral bij veenkades is dat een risico, want droog veen is minder sterk dan klei. Gelukkig geldt voor vrijwel alle dijken en kades in ons werkgebied dat ze vooral zijn opgebouwd uit klei. Wat helpt, is een kort gemaaide grasmat op de dijk: uit kort gras verdampt weinig. De meeste dijken worden elk jaar begin juni gemaaid.

Bij een neerslagtekort van 110 millimeter begint het waterschap de situatie van de dijken scherp te volgen. Loopt het op tot 175 millimeter, dan start het waterschap met extra inspecties: kades in de Alblasserwaard worden dan twee keer per week bekeken. Dit gebeurt door dijkbeheerders van het waterschap, in samenwerking met onze vrijwillige dijkwachten. Zij letten op scheuren en verdroging. Tegen de droogte kan het waterschap kades besproeien of het peil verhogen in naastgelegen water.

Zout water

In het westen van ons gebied is de invloed van de zee merkbaar. Langs de Alblasserwaard en tot bij Zaltbommel zijn bijvoorbeeld de getijden zichtbaar. Bij lage waterstanden op de grote rivieren kan zout zeewater ver landinwaarts doordringen. Deze verzilting kan de drinkwatervoorziening en agrarisch gebruik belemmeren. Het waterschap monitort het zoutgehalte zorgvuldig en is voorzichtig met het inlaten van water uit het westen.

Grondwater

De grondwaterstand is afhankelijk van neerslag, droogte en het groeiseizoen. Na een natte winter daalt het grondwater altijd bij de start van het groeiseizoen in het voorjaar, de groei vraagt dan veel water. Droog weer kan de grondwaterstand verder doen dalen. Ook hier heeft het rivierengebied voordeel van de grote rivieren, die meestal voldoende water leveren.

Zwemwater

Bij droogte en warmte kan met name in stilstaand water de waterkwaliteit snel achteruit gaan. Het waterschap raadt aan om zwemmen in open water te beperken tot de officiële zwemwaterlocaties. Tijdens het zwemseizoen (1 mei – 30 september) meten we minstens elke twee weken de waterkwaliteit van deze locaties. We controleren op bijvoorbeeld bacteriën, zoals bijvoorbeeld blauwalgen of botulisme. Is de waterkwaliteit onvoldoende, dan neemt de provincie maatregelen, zoals een waarschuwing of zwemverbod. Lees hier meer over wat het waterschap doet met zwemwater.

Hitte in eigen huis en tuin

Door klimaatverandering komen extreme weersituaties steeds vaker voor. Dat merken we tijdens de warme dagen ook in en om het huis. Zelf kunt u maatregelen nemen die helpen om deze hitte te verminderen. Denk daarbij aan het vervangen van tuintegels door planten of het aanleggen van een groen dak. Waterschap Rivierenland geeft subsidie voor deze maatregelen: lees meer op www.hohohoosbui.nl.